De herrijzenis van de Hoge der A
Decor WinterWelVaart
WinterWelVaart had 35 jaar geleden lang niet zo’n mooi decor gehad als nu. De omgeving van de A maakte omstreeks 1980 een verwaarloosde indruk met leegstaande en gekraakte panden, junks en tippelaars. Terwijl de Hoge der A eeuwenlang de woonplek was van vooraanstaande stadjers en vanwege de vele doopsgezinden onder hen, zoals de familie Mesdag, wel de ‘Menniste Hemel’ werd genoemd.

Veel panden aan de Hondsrugzijde van de A, de Hoge der A, hebben een middeleeuwse oorsprong en zijn lange tijd zowel woon- als pakhuis. Het zuivere water van de A maakt dat er van oudsher veel bierbouwers, maar ook zeepzieders en graanhandelaren, wonen en werken. Op de huidige nummers Hoge der A 21, 22 en 23 staan al vanaf de zeventiende eeuw vier pakhuizen. Begin twintigste eeuw komen drie van de pakhuizen in bezit van graanhandelaar Wijbe van der Laan. De groothandel ‘voorheen J.G. Adriani’ is in 1922 de nieuwe eigenaar van 22-23. Het is het begin van een enorme expansie van het bedrijf in ijzerwaren en huishoudelijke artikelen.
Nieuwbouw
Adriani zorgt ook voor nieuwe gevels. Het bedrijf laat de panden Hoge der A 24 en 25 in respectievelijk 1953 en ’56 slopen en vervangen door hogere nieuwbouw. Ook op de nummers 10 en 11 verdwijnt de oorspronkelijke bebouwing. De Technische Handelsonderneming A. Tamling, in ‘machinegereedschappen en buizen’, krijgt in 1961 vergunning om de monumentale panden te vervangen door ‘imitatie’, bedrijfsruimte met twee bovenwoningen. Later komen er nog meer nieuwe gevels bij aan de Hoge der A, in 1989 Hoge der A 32 en zeer recentelijk Hoge der A 3 en 4.
Op nummer 12 is vanaf 1960 studentenvereniging Albertus Magnus gevestigd en later de Academie voor Bouwkunst. Het naastgelegen dubbele pand Hoge der A 10-11 wordt eind jaren zeventig door de universiteit in gebruik genomen als magazijn voor de Universiteitsbibliotheek. Niet alleen Tamling vertrekt, ook Adriani heeft plannen. Het bedrijf dat inmiddels alle panden van nummer 22 tot en met 30 in handen heeft, wil verhuizen naar een industrieterrein aan de rand van de stad en een projectontwikkelaar heeft al ver gevorderde plannen voor sloop en vervangende nieuwbouw.
Krakers
Voordat de plannen rond zijn, gaat het bedrijf begin 1981 echter failliet. Het blijkt de redding van de gevelwand, want de ‘Maatschappij tot Verbetering van Woningtoestanden’ (voorloper van De Huismeesters) is bereid de panden te kopen en met steun van de gemeente te verbouwen. Voordat het zover is, worden de panden evenwel gekraakt. Na het vertrek van de krakers gaat de woningcorporatie aan de slag, waarbij aan De Laan ook nieuwbouw wordt gepleegd en er in totaal ruim honderd kleine woningen worden gerealiseerd.

Het begin van de ‘herrijzenis’ van de Hoge der A komt evenwel voor rekening van enkele particulieren. Margriet van Rens is midden jaren zeventig de eerste die haar pand, Hoge der A 15, wil laten opknappen. Van de gemeente krijgt ze geen steun omdat die denkt dat ze er een prostitutiepand van wil maken, maar staatsecretaris Jan Schaefer reikt de helpende hand. Warmolt Brouwer is eind jaren zeventig de tweede particulier die aan de slag gaat en Hoge der A 6 restaureert. De een na de ander volgt en zo krijgt de Hoge der A uiteindelijk de allure terug die het eeuwen heeft gehad.
Beno Hofman